 |
 |
Algemeen |
Sinds 15 januari 2007 organiseert de
Leuven Arenberg Doctoral
School o.a. de doctoraatsopleiding in de bio-ingenieurswetenschappen
aan de K.U.Leuven.
Facultair verantwoordelijke en
contactpersoon: prof.
Jos Vanderleyden, voorzitter.
How to
announce your seminar?
Administratieve facultaire
richtlijnen Bio-ingenieurswetenschappen /Administrative
arrangements for Doctorate in Bioscience Engineering
Wens je, na het doornemen van deze
web-pagina's, meer informatie over de doctoraatsopleiding aan onze faculteit
of heb je praktische vragen, kan je
hier steeds terecht.
 |
Situering |
Het doctoraal onderzoek is één van de
belangrijkste pijlers van wetenschappelijke laboratoria. Het doctoraat is
het enige diploma waarmee succesvolle uitoefening van wetenschappelijk
onderzoek gehonoreerd wordt. Het onderzoekswerk zal in vele gevallen starten
bij een idee van de promotor of een vaak vaag omschreven probleem van een
bedrijf of vanuit de praktijk van het landbouwgebeuren. Als de idee goed is
en het probleem relevant, dan rust het succes van het onderzoek op de
creativiteit en volharding van de onderzoekers, op de blijvend actieve en
kritische begeleiding van de promotor, op de samenwerkingsgeest van de groep
in het labo of het team.
Aan de faculteit Bio-ingenieurswetenschappen
(FBIW) bestaat er een grote heterogeniteit binnen het doctoraal
onderzoek. Deze heterogeniteit vloeit voort, zowel uit de brede
waaier van onderzoeksdomeinen als uit het hele gamma van wetenschappelijk
onderzoek dat aan deze faculteit verricht wordt, gaande van fundamenteel
tot industrieel toegepast onderzoek. Binnen de doctoraatscommissie
werd de vraag gesteld of deze verschillende types doctoraten vragen
om een diversificatie van de doctoraatstitels en onderzoektitels.
De doctoraatscommissie opteert echter om het unieke doctoraatsdiploma
in de Toegepaste Biologische Wetenschappen te behouden, zolang men
de uiteenlopende aard van de verschillende doctoraten maar herkent
en erkent.
Dit heeft uiteraard gevolgen voor de beoordeling
van het werk. De aanpassing van de beoordelingscriteria komt erop
neer dat de originaliteit van het ingenieursontwerp (van de toepassing),
als evenwaardig erkend wordt met de wetenschappelijke publicatie.
Het doctoraat wordt dan m.a. w. een honorering van de 'vernufteling'
in de ingenieur. (E. Aernoudt, Ingenieursfaculteiten en de industrie:
veraf en dichtbij. Onze Alma Mater, 52 (1998)3, p. 269-297)
|