|
 |
Algemene lijnen van de studieprogramma's
De faculteiten, verantwoordelijk voor de opleiding in het studiedomein van de "Toegepaste
Biologische Wetenschappen", hebben de grootst mogelijke vrijheid in de concrete realisatie
van hun studieprogramma.
Studieprogramma's worden immers nooit statisch vastgelegd. Wetenschappelijke kennis evolueert
zeer snel en de gevraagde beroepsprofielen kennen systematische accentverschuivingen. Vandaar
dat er voortdurend aan de onderwijsprogramma's gesleuteld dient te worden. De FBIW van de
K.U.Leuven biedt haar eigenheid aan. Deze berust op een professionele ervaring en traditie,
op intra- en interfacultair overleg, en op een permanente evaluatie vanuit de beroepswereld.
Deze specificiteit blijft een constante, los van de op elkaar volgende programmawijzigingen.
Voor de K.U.Leuven - faculteit Bio-ingenieurswetenschappen, heeft dit geleid
tot volgende karakters binnen de opleidingscurricula:
- polyvalentie:
dit is één der voornaamste en bewust nagestreefde
kenmerken van de programma's. De diversiteit van funkties, waarin onze
ingenieurs kunnen terecht komen, is dermate groot dat polyvalentie in
de vorming te verkiezen valt boven ultraspecialisatie. Daarom wordt er
geopteerd voor één bacheloropleiding die aansluiting geeft op een veelheid
van masterprogramma's. Binnen die ene bacheloropleiding moet de student een
optie kiezen: landbouwkunde, land- en bosbeheer, biosysteemtechniek, milieutechnologie,
katalytische technologie, levensmiddelentechnologie, cel- en gentechnologie.
Elke optie bereidt specifiek voor op een major in het masterprogramma doch
een overstap naar een ander master in de bio-ingenieurswetenschappen is mogelijk
zonder vermeerdering van het aantal te behalen studiepunten.
Als een solide constructie op de basispijlers: scheikunde, wiskunde, fysica,
biologie, menswetenschappen (wijsbegeerte en economie), worden hierin ondermeer
colleges uitgebouwd, zoals: chemie, biochemie, microbiologie, bodemkunde,
ingenieurstechnieken, informatica, statistiek, systeemanalyse, ... Deze
ver doorgetrokken gemeenschappelijkheid in de opleiding is ook ingegeven
door de bezorgdheid voor:
-
het fundamenteel karakter van de vorming:
deze algemeen universitaire eigenheid garandeert het niveau van het onderwijs. Het waarborgt
de waarde van het diploma over een langere periode. De professionele paraatheid zal er
uiteindelijk langer worden door gediend. De specialisatie in de opleiding wordt immers
mogelijk gemaakt door:
-
het major-minorsysteem:
Als enige heeft de faculteit Bio-ingenieurswetenschappen van de
K.U.Leuven, naar het model van enkele buitenlandse universiteiten, majorrichtingen uitgetekend,
waartussen de student er één kiest. In combinatie met één minorrichting kan ieder zo een
programma samenstellen naar eigen verlangen en belangstelling.
|