K.U.Leuven
  Zoeken naar Zoeken naar personeel Zoeken naar studenten Zoeken in het organigram Zoekmatrix Zoeken op trefwoorden

Algemene lijnen van de studieprogramma's

De faculteiten, verantwoordelijk voor de opleiding in het studiedomein van de "Toegepaste Biologische Wetenschappen", hebben de grootst mogelijke vrijheid in de concrete realisatie van hun studieprogramma. Studieprogramma's worden immers nooit statisch vastgelegd. Wetenschappelijke kennis evolueert zeer snel en de gevraagde beroepsprofielen kennen systematische accentverschuivingen. Vandaar dat er voortdurend aan de onderwijsprogramma's gesleuteld dient te worden. De FBIW van de K.U.Leuven biedt haar eigenheid aan. Deze berust op een professionele ervaring en traditie, op intra- en interfacultair overleg, en op een permanente evaluatie vanuit de beroepswereld. Deze specificiteit blijft een constante, los van de op elkaar volgende programmawijzigingen.

Voor de K.U.Leuven - faculteit Bio-ingenieurswetenschappen, heeft dit geleid tot volgende karakters binnen de opleidingscurricula:

  1. polyvalentie: dit is één der voornaamste en bewust nagestreefde kenmerken van de programma's. De diversiteit van funkties, waarin onze ingenieurs kunnen terecht komen, is dermate groot dat polyvalentie in de vorming te verkiezen valt boven ultraspecialisatie. Daarom wordt er geopteerd voor één bacheloropleiding die aansluiting geeft op een veelheid van masterprogramma's. Binnen die ene bacheloropleiding moet de student een optie kiezen: landbouwkunde, land- en bosbeheer, biosysteemtechniek, milieutechnologie, katalytische technologie, levensmiddelentechnologie, cel- en gentechnologie. Elke optie bereidt specifiek voor op een major in het masterprogramma doch een overstap naar een ander master in de bio-ingenieurswetenschappen is mogelijk zonder vermeerdering van het aantal te behalen studiepunten. Als een solide constructie op de basispijlers: scheikunde, wiskunde, fysica, biologie, menswetenschappen (wijsbegeerte en economie), worden hierin ondermeer colleges uitgebouwd, zoals: chemie, biochemie, microbiologie, bodemkunde, ingenieurstechnieken, informatica, statistiek, systeemanalyse, ... Deze ver doorgetrokken gemeenschappelijkheid in de opleiding is ook ingegeven door de bezorgdheid voor:
  2. het fundamenteel karakter van de vorming: deze algemeen universitaire eigenheid garandeert het niveau van het onderwijs. Het waarborgt de waarde van het diploma over een langere periode. De professionele paraatheid zal er uiteindelijk langer worden door gediend. De specialisatie in de opleiding wordt immers mogelijk gemaakt door:
  3. het major-minorsysteem: Als enige heeft de faculteit Bio-ingenieurswetenschappen van de K.U.Leuven, naar het model van enkele buitenlandse universiteiten, majorrichtingen uitgetekend, waartussen de student er één kiest. In combinatie met één minorrichting kan ieder zo een programma samenstellen naar eigen verlangen en belangstelling.
K.U.Leuven - CWIS Copyright © Katholieke Universiteit Leuven | Reacties op de inhoud: Jos Van Pelt
Realisatie: Ria Uyttebroeck | Laatste wijziging: 21 juni 2006 | Disclaimer
URL: http://www.biw.kuleuven.be/onderwijs/grondlijnen.aspx