Schapen
Vanaf 1979 tot 1998 werd onderzoek ter optimalisatie van de
schapenhouderij verricht. De K.U.Lovenaar, ontwikkeld in het ZTC, is een
fors schaap dat de vruchtbaarheid van het Belgisch Melkschaap combineert met de groei- en karkaskwaliteit van de Suffolk.
De K.U.Lovenaar-ooien kennen een breed bronstseizoen, een hoog
drachtpercentage (ruim 95%) en een hoge vruchtbaarheid (gemiddelde
worpgrootte = 2,25). Bovendien zijn ze melkrijk en realiseren hun lammeren
een hoge groeisnelheid, zowel voor als na het spenen, zowel op de weide
als in de stal.

Ook in die periode werd onderzoek verricht
naar de introductie van het vruchtbaarheidsgen (Fec-gen) in typische
vleesschapenrassen, het gebruik van slachtlamvaders van diverse rassen,
melkproductie en -samenstelling van slachtlam-moederdieren van diverse
rassen,... De schapenafdeling houdt zich de laatste jaren uitsluitend
bezig met het kweken van proefdieren voor fundamenteel onderzoek in
opdracht van diverse faculteiten geneeskunde in Europa.
Huisvesting en management:
De schapenstal is een semi-open constructie (40 x 25m) onderverdeeld in
4 afdelingen voor groepshuisvesting van ooien en/of lammeren. Er is ook
een materniteit, evenals een lambar
voorzien, zodat er vanaf deze leeftijd ook met lammeren groei- en
voederproeven kunnen uitgevoerd worden.


